Steun ons en help Nederland vooruit

Publicaties

Vragen: Financiële situatie gemeente

Schriftelijke vragen van D66 aan het College van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Aa en Hunze 

Betreft:          Financiële situatie gemeente Aa en Hunze

Datum:         26 augustus 2016

Inleiding

Op 29 juli jl. werden we verrast met zeer onprettig en alarmerend nieuws. De gemeentelijke accountant Deloitte kan geen goedkeuring geven aan de Jaarstukken 2015. Hoofdoorzaken zijn een niet controleerbare dus onvoorspelbare zorg met de daarbij behorende risico’s en ontbreken van actuele beheersplannen.

Overwegingen:

  • Bij de voorjaarsnota hoorden we uitsluitend positieve berichten met betrekking tot een gezonde financiële situatie van de gemeente, ondanks de inmiddels fors afgenomen reserves.
  • Het bericht kwam op 29 juli bij ons binnen, helaas midden in de vakantie. We gaan er van uit dat dit toeval is, omdat Deloitte slechts een paar dagen eerder het bericht met het verslag naar de gemeente stuurde.
  • In de brief worden niet ter zake doende argumenten gebruikt zoals “we zijn niet de enige gemeente” en meer. We willen duidelijk stellen dat verhullend taalgebruik niet echt bevorderlijk is voor een open communicatie met de raad.
  • We hebben direct op 29 juli gereageerd en verzocht de relevante stukken op korte termijn ter beschikking van de raad te stellen. Op 10 augustus kregen we bericht dat de stukken als ingekomen stukken bij de raadsstukken van 29 september zullen worden toegevoegd. Ons verzoek om dit eerder te ontvangen is dus genegeerd.
  • Op 25 augustus werd ons meegedeeld dat na komende dinsdag (na het collegeberaad) de raad nader geïnformeerd zal worden.

D66 komt tot de volgende vragen:

  1. Kwam de negatieve beoordeling van Deloitte als een donderslag bij heldere hemel of waren er al signalen afgegeven dat er bedenkingen bij de jaarrekening 2015 zouden zijn? Zo ja kunt u ons dan een inkijk geven hoe zo’n controleproces verloopt en waarom er geen open communicatie plaats vindt. Zo neen kunt u ons dan zeggen waarom de negatieve signalen niet met de raad zijn gedeeld.
  2. Waarom zijn de door onze fractie gevraagde stukken niet terstond ter beschikking van de raad gesteld. De dun bezette organisatie kon geen argument zijn omdat dezelfde organisatie immers wel in staat was het slechte nieuws tijdens het reces te verspreiden.
  3. Wat is de reden dat u, door op deze wijze te handelen en het verstrekken van stukken te vertragen, de controlerende taak van de raad hebt belemmerd.
  4. Hoe gaat u de beheersplannen actualiseren en er voor zorgen dat ze geen bedreiging meer voor de gemeentelijk financiën opleveren.
  5. Hoe denkt u de controleerbaarheid van de zorg dusdanig te organiseren dat er voor de accountant geen risicofactoren meer in schuilen?
  6. Loopt de gemeente gevaar onder provinciale curatele te worden gesteld om als dusdanig een Art. 12 gemeente te worden?
  7. Heeft het college voldoende inzicht, grip en slagkracht op de financiële situatie om deze te herstellen? Zo ja, hoe gaat u de raad daarvan overtuigen en zo neen, hoe denkt u dan de benodigde kennis in huis te halen?
  8. We zijn van mening dat een financieel gezonde gemeente met voldoende financiële buffers het leukste en het beste is dat een gemeentebestuur haar bevolking kan bieden. Overweegt u wellicht om een leuk themajaar een keer over te slaan teneinde de hiermee gemoeide gelden nuttiger te besteden?

Ans Jacobs, Arie Fonk, D66 fractie

BEANTWOORDING

Gieten, 6 september 2016

Geachte mevrouw Jacobs en de heer Fonk,

Door de fractie van D66 is d.d. 26 augustus jl. aan het college een 8-tal vragen gesteld betreffende de “Financiële situatie van de gemeente Aa en Hunze”. Alvorens in te gaan op de gestelde vragen heeft het college nog de volgende opmerkingen naar aanleiding van de Inleiding en de Overwegingen van D66.

Reactie college op de inleiding: In de Inleiding stelt D66 dat zij verrast werden met “zeer onprettig en alarmerend nieuws. De gemeentelijke accountant Deloitte kan geen goedkeuring geven aan de Jaarstukken 2015”. Dat de fractie van D66 verrast is, verbaast het college. Het college heeft de raad in de raadsvergadering van 17 december 2015, via de ingekomen stukken op de hoogte gesteld dat “het reëel is dat de gemeente geen goedkeurende verklaring krijgt bij de jaarrekening voor de rechtmatigheid als gevolg van de overgang van de Decentralisaties naar de gemeente”. Ook wordt in datzelfde advies aangegeven dat het verkrijgen van een goedkeurende accountantsverklaring ook voor het jaar 2016 moeilijk zal worden. Dit advies is aan de raad gestuurd, naar aanleiding van de brieven van Deloitte en de NBA. Brieven, die eveneens op 29 oktober in de Auditcommissie zijn besproken. Ook in de hierop volgende bijeenkomsten van de Auditcommissie is hier expliciet aandacht voor geweest.

Reactie college op de overwegingen: Over het 2e aandachtspunt: Het proces van de controle voor het jaar 2015 is een moeizaam jaar geweest. De controle door de accountant duurde veel langer dan voorgaande jaren. Dit heeft meerdere oorzaken. We noemen de belangrijkste: de overgang naar een nieuwe accountant en m.n. de decentralisaties. Het laatste item betreft dan niet alleen de extra werkzaamheden voor de gemeente, maar ook de (late) aanlevering van de controleverklaringen door de Sociale Verzekeringsbank (voor de verantwoording van de PGB’s) en de penvoerder Emmen (verantwoording uitgaven Jeugdhulp). Dit betekende dat de Controleverklaring en het Verslag van bevindingen van onze accountant pas op dinsdag 26 juli via e-mail binnenkwam. Gelijk hierna is de brief over de aanlevering aan de raad van de ontvangen stukken opgesteld en op 27 juli aan de raad verzonden. De opmerking “We gaan er van uit dat dit toeval is” kan het college dan ook niet plaatsen.
Over het 3e aandachtspunt: Het opnemen van het argument van “we zijn niet de enige gemeente”, is louter informatief voor de raad bedoeld. Feit is dat meerdere Drentse gemeenten geen goedkeurende verklaring hebben ontvangen en dat het de bevestiging is van de (eerder aangegeven) signalen dat “gemeenten voor het jaar 2015 geen goedkeurende verklaring zullen ontvangen”.
Over het 4e aandachtspunt: Tijdens de raadsvergadering van 23 juni jl. is het verdere traject van de afwikkeling van de Jaarstukken 2015 aangegeven. Dit traject staat ook vermeld in de brief, die op 13 juli 2016 naar de raad is verzonden: “De nog van de accountant te ontvangen definitieve stukken (Controleverklaring en Verslag van bevindingen), zullen we bij de eerstvolgende raadsvergadering na het zomerreces (te weten 29 september) aan de raad ter kennisname brengen”.

Onderstaand gaan wij in op de gestelde vragen.

1. Kwam de negatieve beoordeling van Deloitte als een donderslag bij heldere hemel of waren er al signalen afgegeven dat er bedenkingen bij de jaarrekening 2015 zouden zijn? Zo ja kunt u ons dan een inkijk geven hoe zo’n controleproces verloopt en waarom er geen open communicatie plaats vindt. Zo neen kunt u ons dan zeggen waarom de negatieve signalen niet met de raad zijn gedeeld.
Onze reactie: Zoals reeds aangegeven is het controlejaar 2015 in meerdere opzichten een bijzonder jaar geweest. Niet alleen door een nieuwe accountant en de controle van de rechtmatigheid van het sociaal domein, maar ook door de late aanlevering van de Controleverklaring en het Verslag van bevindingen door de accountant. Deze late aanlevering werd (mede) veroorzaakt door de (te) late aanlevering van de controleverklaringen door de penvoerder Emmen (jeugdhulp) en door de Sociale Verzekeringsbank (de PGB’s). Ook de grotere intensiteit van de controle door onze nieuwe accountant heeft vertragend gewerkt (Dit laatste is mede het gevolg van een scherpere controle van de AFM op de kwaliteit van de controle door de accountants). Het zijn deze oorzaken geweest dat de raad voor de raadsvergadering van 23 juni een concept-Verslag van bevindingen heeft ontvangen en geen definitief exemplaar.

Het concept Verslag van bevindingen d.d. 1 juni 2016 rapporteert over de bevindingen tot dat tijdstip. Hierin geeft de accountant bij de onderhoudsvoorzieningen aan dat er nog vragen “openstaan” (blz. 16). Na deze en eerdere beantwoording van de vragen heeft Deloitte de conclusie getrokken om de voorzieningen als “onzekerheid” te kwalificeren. Zie voor verdere beantwoording het antwoord bij vraag 4.
De onzekerheid in de jaarrekening van Aa en Hunze (als gevolg van de afkeurende verklaring bij de Sociale Verzekeringsbank) bij de PGB’s heeft het college in de brief van 13 juli jl. aan de raad gemeld. Hier heeft de gemeente geen invloed op. Wel is deze onzekerheid gemeld tijdens de vergadering van de Auditcommissie. Het oordeel over de onzekerheid (ontbreken van prestatieverklaringen) bij de WMO-oud, is voor het eerst in de definitieve versie van het Verslag van bevindingen door de accountant gemeld. Ten opzichte van voorgaande jaren is dit een aanvullende controle die bij ons onbekend was.
Overigens is het college van mening dat het college de raad en/of de Auditcommissie meerdere malen en zorgvuldig heeft geïnformeerd over de problemen over de rechtmatigheid met mogelijke gevolgen van de accountantsverklaring en dat open communicatie wel heeft plaatsgevonden, bijvoorbeeld door de toezending van meerdere brieven.

2. Waarom zijn de door onze fractie gevraagde stukken niet terstond ter beschikking van de raad gesteld. De dun bezette organisatie kon geen argument zijn omdat dezelfde organisatie immers wel in staat was het slechte nieuws tijdens het reces te verspreiden.
Onze reactie: In verband met de vakantieperiode is besloten om de stukken na de eerste collegevergadering (30 augustus) aan de raad toe te zenden.

3. Wat is de reden dat u, door op deze wijze te handelen en het verstrekken van stukken te vertragen, de controlerende taak van de raad hebt belemmerd.
Onze reactie: Het college is het niet met de fractie van D66 eens, dat het college de controlerende taak van de raad heeft belemmerd. In de brieven aan de raad van 13 juli en 27 juli, heeft het college aangegeven dat de stukken in de eerste raadsvergadering na het zomerreces, bij de ingekomen stukken naar de raad gaan. Bij de raadsvergadering van 29 september is gelegenheid voor de fractie van D66 om in te gaan op de toegezonden stukken. Van belemmering is derhalve geen sprake.

4. Hoe gaat u de beheersplannen actualiseren en er voor zorgen dat ze geen bedreiging meer voor de gemeentelijk financiën opleveren.
Onze reactie: Volgens het BBV (Besluit Begroting en Verantwoording), dient een gemeente bij het vormen van een voorziening aan 2 voorwaarden te voldoen: a. er dient een actueel beheerplan te zijn en b. de gelden in de voorziening dienen aan te sluiten bij dit beheerplan. Omdat dit voor een 4-tal voorzieningen (wegenonderhoud – vijveronderhoud – groot onderhoud dorpshuizen – onderhoud gemeentelijke gebouwen), niet het geval is, heeft de accountant deze voorzieningen als een “onzekerheid” gekwalificeerd. In de brief van het college van 27 juli jl. is bovenstaande aan de raad gemeld. Ook zijn in deze brief de te nemen stappen aangegeven, t.w. het in de komende periode actualiseren van de diverse beheerplannen en de (eventuele) financiële gevolgen meenemen bij de Najaarsnota. Overigens kan op dit moment wel gesteld worden dat er geen sprake is van enig risico voor de gemeentelijke financiën. De genoemde onzekerheid komt alleen voort uit het feit dat er geen actuele beheerplannen zijn. Ook in de afgelopen jaren hebben we geen financieel malheur gelopen bij deze voorzieningen.

5. Hoe denkt u de controleerbaarheid van de zorg dusdanig te organiseren dat er voor de accountant geen risicofactoren meer in schuilen?
Onze reactie: Voor wat de controleerbaarheid, zijn er 2 trajecten: één traject waar de gemeente zelf invloed op kan uitoefenen en een traject, waarbij we afhankelijk zijn van derden. Zoals door de accountant in haar Verslag verwoord, heeft de gemeente het afgelopen jaar de nodige activiteiten uitgevoerd door de komst van de nieuwe taken (vorming nieuwe werkprocessen, procedures en procedurebeschrijvingen). De accountant geeft aan dat de gemeente daar in een vroeg stadium mee is begonnen en dit voortvarend heeft opgepakt. Voor wat betreft de zorg in natura (jeugdzorg en WMO), zullen we in Noord Drents verband met ingang van 2017 concrete afspraken maken over de verantwoording van de zorginstellingen richting de gemeente. Voor de Sociale Verzekeringsbank (PGB’s) ligt het als afzonderlijke gemeente veel moeilijker om invloed uit te oefenen op het proces en zijn we afhankelijk van de doorontwikkeling.
Voor het onderdeel van WMO-oud is er eveneens een bevinding geconstateerd. We zullen tijdig in overleg met de accountant(s) en de zorgaanbieders gaan, teneinde deze prestatieverklaringen voor het controlejaar 2016 wel aangeleverd te krijgen.

6. Loopt de gemeente gevaar onder provinciale curatele te worden gesteld om als dusdanig een Art. 12 gemeente te worden?
Onze reactie: De controleverklaring, zoals de gemeente nu heeft ontvangen (“Oordeel met beperking”), heeft geen gevolgen voor het toezicht door de provincie, laat staan voor het gevaar om een art. 12-gemeente te worden. Een gemeente wordt een artikel 12-gemeente, wanneer een gemeente over lange tijd grote financiële tekorten op de begroting heeft. De gemeente vraagt dan een aanvullende uitkering uit het gemeentefonds aan.

7. Heeft het college voldoende inzicht, grip en slagkracht op de financiële situatie om deze te herstellen? Zo ja, hoe gaat u de raad daarvan overtuigen en zo neen, hoe denkt u dan de benodigde kennis in huis te halen?
Onze reactie: Het college vindt dat er voldoende inzicht, grip en slagkracht is, zowel binnen het college als binnen de ambtelijke organisatie, om de huidige gemeentelijke taken, inclusief de taken voor het sociaal domein, uit te voeren. De financiële situatie, welke nu door D66 wordt aangegeven, onderkent het college niet. Het jaar 2015 is afgesloten met een positief rekeningresultaat, de resterende middelen van het Sociaal domein zijn gereserveerd en de positie van het grondbedrijf heeft zich verbeterd. Wel blijft het college attent op nieuwe ontwikkelingen en doen we er alles aan om onze financiële solide positie te behouden. Ook zal het college, zoals de raad gewend is, de raad blijven informeren over het beleid en de financiële positie, via de gebruikelijke financiële instrumenten.

8. We zijn van mening dat een financieel gezonde gemeente met voldoende financiële buffers het leukste en het beste is dat een gemeentebestuur haar bevolking kan bieden. Overweegt u wellicht om een leuk themajaar een keer over te slaan teneinde de hiermee gemoeide gelden nuttiger te besteden?
Onze reactie: De afgelopen jaren zijn, in overleg met de raad, en met beschikbaarstelling door de raad van de benodigde middelen, diverse themajaren gepland en uitgevoerd. Aan de activiteiten van deze themajaren, is door grote groepen van de bevolking, sportverenigingen, culturele instellingen, ondernemers en recreatieondernemers enthousiast deelgenomen. Dit heeft geresulteerd in mooie resultaten en blijvende positieve aandacht voor, zowel binnen als buiten de gemeente Aa en Hunze. Deze succesvolle lijn wenst het college graag voort te zetten. Het is uiteraard de raad die bij de afweging van de diverse wensen bepaalt, of de totale ingezette middelen nuttig worden besteed.

Met vriendelijke groet,
Het college van de gemeente Aa en Hunze,

Gepubliceerd op 27-11-2016 - Laatst gewijzigd op 22-11-2018